Hoe werkt de EPG‑berekening?

De labelklasse (A++++ tot G) wordt bepaald op basis van het primair fossiel energiegebruik in kWh per m² per jaar onder NTA 8800. Elke maatregel beïnvloedt deze uitkomst. Maatregelen zijn grofweg in drie categorieën te verdelen: schilmaatregelen (isolatie, glas), installatiemaatregelen (ketel, warmtepomp, ventilatie) en opwekmaatregelen (PV, zonneboiler).

Top‑5 maatregelen op impact per euro

MaatregelImpact op label (kWh/m²)Gem. kosten (tussenwoning)Impact per € 1.000
LED‑verlichting + wijkregeling–3 tot –5€ 800€ 0,6
Dakisolatie (Rd 4,5)–15 tot –25€ 4.500€ 4,4
HR++ glas en kierdichting–10 tot –15€ 6.500€ 1,9
Hybride warmtepomp–20 tot –35€ 6.500€ 4,2
PV‑installatie 3.200 Wp–30 tot –45€ 5.800€ 6,5

Opvallend: een PV‑installatie levert in absolute zin de grootste EPG‑sprong per euro, maar wordt pas echt effectief in combinatie met schilmaatregelen. Zonder isolatie blijft de warmtevraag hoog en zijn de PV‑bijdragen relatief beperkt ten opzichte van het totale gebruik.

Optimale volgorde

  1. Eerst lekdichting en isolatie (dak, spouw, vloer).
  2. Dan glas‑upgrade (HR++ of triple).
  3. Vervolgens installatie: hybride of volledig elektrische warmtepomp.
  4. Ten slotte PV‑installatie om het resterende gebruik te compenseren.
Rekenvoorbeeld

Een tussenwoning 1972, 95 m², label E. Pakket schil + hybride WP + 8 PV‑panelen: totaalinvestering € 22.500, SVOH‑subsidie € 6.750, netto € 15.750. Resultaat: labelsprong E → A (49 WWS‑punten). Bij huurbeschikkingen in het middensegment levert dit gemiddeld € 280 extra huur per maand op. Terugverdientijd ≈ 4,7 jaar.

Veelgemaakte denkfouten

Conclusie

Een labelsprong van E naar A is voor de meeste standaardwoningen haalbaar met een gecombineerd pakket schil + installatie + opwek. De juiste volgorde en combinatie bepaalt de terugverdientijd. Met SVOH‑subsidie zakt de netto investering doorgaans onder € 20.000 voor een gemiddelde woning — een investering die zichzelf binnen 5 jaar terugverdient uit hogere huurwaarde en energiekostenbesparing.