Vier hoofdroutes
- Subsidies — eenmalige bijdrage (SVOH, ISDE, SVVE, DUMAVA).
- Laagrentende leningen — Nationaal Warmtefonds, Duurzaamheidslening, VvE Lening.
- Hypotheekverruiming — tot 106% LTV bij verduurzaming (NHG‑regels).
- Energieprestatievergoeding (EPV) — huurverhoging bij nul‑op‑de‑meter.
Welke combinatie is optimaal?
Voor particuliere verhuurders met één tot vijf woningen is de SVOH‑route doorgaans voldoende. Voor grotere portefeuilles komt de combinatie van SVOH + Warmtefondslening + hogere huurverwachting vaak het beste uit. VvE’s combineren SVVE met een Warmtefonds‑VvE‑lening. Bedrijfspand‑eigenaren in de zorg en onderwijs maken gebruik van DUMAVA.
| Doelgroep | Subsidie | Lening | Combinatie |
|---|---|---|---|
| Particuliere verhuurder | SVOH | Warmtefonds Verhuurders | Altijd stapelbaar |
| Eigenaar‑bewoner | ISDE | Duurzaamheidslening/Warmtefonds | Stapelbaar |
| VvE | SVVE | VvE‑Lening Warmtefonds | Stapelbaar |
| Maatschappelijk vastgoed | DUMAVA | BNG, Rabo Impactloans | Stapelbaar |
Nationaal Warmtefonds in 2026
Het Nationaal Warmtefonds biedt leningen vanaf 0,0% rente voor eigenaren met een laag inkomen en circa 2,6–3,4% voor overige particulieren en VvE’s. Looptijd tot 20 jaar. De lening is niet stapelbaar met de Duurzaamheidslening van gemeenten, wel met subsidies.
Hypotheekverruiming
Bij aantoonbare verduurzamingsinvestering mogen geldverstrekkers onder NHG de leenruimte verhogen tot 106% van de woningwaarde. Voor niet‑NHG‑hypotheken variëren de regels per geldverstrekker. Deze route is vooral interessant bij combinatie met een labelsprong die ook de woningwaarde laat stijgen.
€ 25.000 verduurzamen bij een woning van € 350.000 met labelsprong E → A levert gemiddeld: € 4.500 SVOH + 3% rente‑korting op hypotheek + € 14.000 hogere taxatiewaarde. Netto investering circa € 6.500.
EPV — energieprestatievergoeding
Bij woningen die naar nul‑op‑de‑meter zijn gebracht, mag de verhuurder een Energieprestatievergoeding in rekening brengen — aanvullend op de kale huur, gemaximeerd op circa € 1,40 per m² per maand. Dit compenseert deels de investering en maakt de business case vaak aantrekkelijk.
Conclusie
Geen enkele financieringsroute staat op zichzelf. De beste business case ontstaat uit combinatie — subsidie + lening + verwachte WWS‑opwaardering + EPV. Een adviseur die deze vier componenten integraal kan doorrekenen, verdient zijn honorarium vaak binnen één project terug.
